Categorie: Blog Knappe Koppies

Pipi Langkous en mindset

pipi mindset

Mindset en Pipi Langkous. ‘Ja, juf wat heeft Pipi nu met deze oventjes te maken’, wordt er gevraagd. Langzaamaan beginnen sommige kinderen zich hardop vragen te stellen. Prachtig als anderen er dan gelijk op reageren en er discussies kunnen ontstaan.

‘Wat is Pipi voor een figuur?’, vragen wij. ‘Echt een beetje een raar kind, ze slaapt met haar voeten op het kussen, ze bindt borstels onder haar voeten en boent zo haar huis, ze woont alleen in een huis met een paard en aapje’, en zo komen er steeds meer antwoorden. ‘En welke eigenschap heeft Pipi, wat kan ze verder goed?’ Dat is best een lastige vraag, waar wil juf heen?

‘Oké, Pipi zit met Tommie en Annika vast op een bergtop en wat doet ze?’, ‘eh, uitstappen en lopen’, wordt er voorzichtig geantwoord. ‘Ja, en wat zou jij doen?’, ‘eh, weet het niet juf, ligt eraan of ik het kan of niet’. ‘Wat doe je als je iets moet doen wat je nog nooit gedaan hebt?’, vraag ik de kinderen. ‘Gewoon proberen, ik kan alles’, wordt er in de eerste groep geantwoord. In de tweede groep ligt dat gedifferentieerder, schoorvoetend gaan er een paar vingers omhoog als ik vraag of je denkt, ‘laat maar lekker zitten’. ‘Wie denkt er gelijk, kom maar op, ik ga het gewoon proberen’, een paar vingers gaan omhoog. ‘Nou echt niet’, roept iemand, ‘dan doe ik het gewoon niet hoor’. De kinderen worden langzaam maar zeker wat losser en bedenken wat zij zelf zouden doen. ‘Ligt er ook aan of ik het leuk zou vinden of niet’, wordt er geantwoord. Ja, dat is ook waar, word je warm van een opdracht en denk je daar kan ik wel wat mee of je bent nieuwsgierig naar de uitkomst.

Mooi om de kinderen vandaag zo op hun eigen manier te zien stoeien met de vraag, ‘wat doe ik eigenlijk?’ Veel werd er ook niet besproken maar velen werden aangezet om te ervaren en ontdekken hoe zij zelf reageren op een probleem of moeilijke opdracht. Denk ik in oplossingen of problemen?

Hard gewerkt is er vooral ook op fysiek vlak want een gaatje in zo’n simpel blikje slaan valt toch echt nog niet mee. Maar hoe groot is de victorie als je je eerste gat in het blik slaat!  En daarna natuurlijk het ‘feestmaal’. Hoe opgetogen waren de kinderen dat zij met zoiets als een blikkie hun eigen pannenkoek konden bakken. En voor diegenen die het thuis nog eens willen proberen, meer dan een blikje, spijker en hamer (en wat doorzettingsvermogen) heb je niet nodig.

Doorzetten, geduld hebben, samenwerken, opnieuw proberen en mijn eigen ding maken, waren allemaal dingen die de kinderen zelf benoemden wat ze vandaag geleerd hadden.

Hoe rijk zij wij dat we deze kinderen in ons midden mogen begeleiden.

Ouders DANK JULLIE

Verschrikkelijke dinosauriërs en archeologen

Sjonge wat kunnen de kinderen hard werken zeg. Enthousiast en met een enorme inzet begonnen ze aan de klus. Als echte archeologen of ook wel paleontologen groeven ze een klei landschap af om te kijken of ze nog fossielen konden vinden.

En hoe doe je dat? Wat heb je dan nodig? Het was voor beide groepen best lastig om te bedenken waar een archeoloog nou goed in moet zijn. Maar gelukkig toen iemand eenmaal iets opnoemde kwamen er meer kinderen met suggesties. Zo zie je maar weer dat je soms gewoon maar ergens moet beginnen. Samenwerken, geduld, uithoudingsvermogen en blijven doorzetten. Ook al vind je een hele tijd niets. En hoe voelt het dan als iemand wel al wat vindt en jij niet ondanks dat je net zo hard werkt als de ander? Lukt het je dan ook om nog verder te zoeken? Het was een ware uitdaging voor de kinderen om tot het laatste stukje klei door te ploeteren maar uiteindelijk waren toch alle tanden gevonden. Het werken met de klei doet een beroep op ons tastzintuig, onze huid en daarmee direct op onze eigen fysieke grenzen. De wil wordt gestimuleerd om door te zetten en je kunt ook fysiek ervaren wat dat met je doet. Het was mooi om te zien dat er in beide groepen een tijdlang, tijdens het graven, een enorme rust maar ook enthousiasme heerste. Ook dat is wat werken met je handen kan veroorzaken, rust in het hoofd en levenszin in de handen.

Voor sommige kinderen was het werken met klei op deze manier een verademing, het hoefde even niets te worden terwijl je toch zo met je handen bezig kon zijn. Een aantal merkten op dat er een soort van steentjes in de klei zaten, het koud, nat en ‘vies’ was. Al deze elementen geven ons informatie over hoe we, in dit geval de klei, de dingen om ons heen ervaren. Wat doet dat met je en hoe kun je het zo aanpakken of veranderen dat het goed voelt voor jou?

De ontdekking dat de grote gigantische en angstaanjagende T-rex gewoon een enorme kip was vonden sommige kinderen een verbijsterende mededeling. Ze konden het bijna niet geloven. We kwamen te weten dat dinosauriërs waarschijnlijk helemaal geen reptielen waren omdat zij zich heel anders gedroegen. Zo bleken ze helemaal niet koudbloedig te zijn. ‘Koudbloedig juf, wat is dat?’, vroeg 1 van de kinderen uit de 2degroep. De kinderen overlegden met elkaar wat dat toch kon betekenen en kwamen er uiteindelijk achter hoe dat met warm- en koudbloedig zit.

Met rode wangen en ‘gewapend’ met een haaientand verlieten de kinderen deze bijeenkomst.

Zwaartekracht

zwaartekracht en stuiterbal

Zwaartekracht, dat was wel even lastig uitleggen vonden de meeste kinderen. Of was het gewoon de kracht van de zwaarte. Hoe zwaarder het voorwerp hoe harder of sneller het naar de aarde toegetrokken zou worden. We namen de proef op de som en ontdekten, we konden het overigens maar nauwelijks met het blote oog zien, dat het gewicht er niet toe deed. Hoe kwam dat nou? In de tweede groep wist 1 van de meisjes te vertellen dat het iets met lucht te maken had en wrijving en met wat nieuwe gedachten en hypotheses kwamen ze er toch uit. Ze wilden ook graag even de proef met het zilverfolie doen om vast te kunnen stellen of hun theorie ook zou kloppen! Prachtig hoe van de ene vraag er meer vragen kwamen, antwoorden ontstonden, redenaties geformuleerd werden en er toen een conclusie uit kwam.

De bal zilverfolie viel natuurlijk veel sneller naar beneden dan ons eigen gevormde schoteltje. Het is niet het gewicht maar de vorm die voor de snelheid van het vallen zorgt. Veroorzaakt door de wrijving met de lucht. We deden nog meer proefjes, voelden hoe het voelt als je op de zon een sprong van 1 meter zou willen maken en maar 3 cm. verder kwam en je inbeelden hoe het zou zijn om dan op de maan een sprong van 6 meter te kunnen maken.

We maakten van wol een vilten jasje om de stuiterbal heen en o, o, wat moet je dan toch eigenlijk stiekem goed op letten om de wol precies datgene te laten doen wat jij graag wilt. Proberen en ontdekken hoe moeilijk of makkelijk iets je afgaat en ook nog even bij je buren kijken is soms best een klusje. Kun je tevreden zijn met wat je gemaakt hebt, hoe je het gedaan hebt, misschien wel voor de eerste keer nl. en ontdekken dat het soms anders uitpakt dan je van te voren had bedacht. Allemaal thema’s die stiekem de hele middag aan bod komen zonder dat we er echt mee bezig zijn.

‘Eh, juf wat heeft die stuiterbal nu te maken met de zwaartekracht?’, werd ons gevraagd vlak voordat we klaar waren. ‘Goeie vraag, zou iemand kunnen proberen dat te beantwoorden?’. Er werd hard nagedacht, ‘omdat ie stuitert’ of ‘gewoon omdat jij dat leuk vond om te maken’. Ook hier was de tactiek vragen, doorvragen, redeneren en conclusies trekken. Rubber, stuiteren, elastisch, heen en terug op de grond. Het kwam allebei voorbij. Mooi iets om over na te denken en uit te proberen als je thuis bent. En hoe komt het dat de stuiterbal, ondanks de zwaartekracht, weer omhoog kan stuiteren uit zichzelf?

Annet van de Rhee kwam vandaag invallen voor Bianca. Het was een hele fijne samenwerking en we hopen dat Annet nog eens kan komen als Bianca of ik zelf niet kunnen.

Menselijk lichaam

Bukken lukt echt niet als je met je rug tegen de muur staat en met je hielen er ook strak tegenaan! Keer op keer probeerden de kinderen het met als gevolg de meest vreemde capriolen. Het kan namelijk gewoon niet. Je billen krijgen zo geen ruimte om naar achteren te bewegen om je evenwicht te kunnen bewaren en dus val je naar voren. Sommige kinderen gaven niet op en oefenden maar door en merkten dat ze soms een stukje verder kwamen dan de poging daarvoor.

We deden nog meer proefjes met ons eigen lichaam, ‘handig juf want die heb je altijd bij je’, opperde een kind. Ja en we kwamen er ook achter dat je middelvinger en ringvinger in sommige posities niet afzonderlijk van elkaar te bewegen zijn. Dat iedereen een andere longinhoud heeft en een unieke vingerafdruk.

Veel proefjes en onderzoek hebben we gedaan en ja zelfs gezien dat we allemaal een gat in ons hand kunnen ‘toveren’. Bij de röntgenfoto van een hand was toch best lastig te ontdekken welk botje nu gebroken was. ‘Zou een dokter dat nu ook allemaal weten’, vroeg iemand zich hardop af. En wat gebeurt er met je hart als je vanuit rust langdurig gaat bewegen. En waarom doet hij dat eigenlijk? Allemaal vragen die spontaan bij de kinderen boven kwamen als we weer een proefje hadden gedaan.

‘Toch graag weer een creatieve opdracht juf de volgende keer’, kregen we als tip mee. Leuk om te horen dat dit onderdeel voor de meeste kinderen essentieel is om echt een voldaan gevoel te hebben na afloop. ‘Maar het was vandaag ook leuk hoor juf’, kregen we gelukkig als afsluiter mee.

Natuur & Land Art

natuur & landart

Naar buiten, de natuur in, het viel ons op dat de kinderen rustig waren, daardoor een dode vis in het water opmerkten. Deze was later trouwens, op de terugweg, op wonderlijke wijze op het droge beland aan de andere kant van het pad nog wel! En het was een fiks exemplaar met een grote open bek en grote schubben. Dat hadden de kinderen wel gelijk opgemerkt. Thomas wees ons op de kikkerdril wat we zachtjes met een tak naar de oever probeerden te manoeuvreren. Zo konden we de zwarte puntjes, de kikkervisjes in spee, goed bekijken. Sommige waren geen stipjes meer maar waren al een soort van slangetjes geworden meende Kris te zien.

We liepen verder over het pad en vonden schors met heel veel pissebedden. Later vertelde Bianca ons de reden waarom deze kriebeldiertjes pissebedden worden genoemd. Vroeger at men handjes vol pissebedden om van nierweg- of blaaskwalen af te komen. Sommige kinderen, incluis ikzelf, keken haar met afgrijnzen aan. ‘Gatver’, Bas rilde en ging prompt weer verder met zijn kunstwerk van groene dennentakken, die later tot een soort koeienkop werd omgedoopt.

Rosa bouwde een nest van takken en alles wat ze kon vinden om het maar tot een zacht en behaaglijk huisje te bouwen. Ze ging er later zelf even op zitten. Timo wilde van het zachte groen mos een kunstwerkje maken. Probeerde met verschillend materiaal dingen uit maar het zachte mos bleef toch trekken. Titus hielp met de takkenbal maar deze bleek lastiger tot een geheel te maken dan verwacht. Hij voegde zand en water toen om te kijken of het steviger werd. De onderkant wel maar er zakte ook wat in! Noortje was vol concentratie gericht op het maken van een mega stevige bol van zand. Ze testte tussendoor iedere keer even hoe sterk hij werd. Uiteindelijk stampte ze heel hard met haar voet op de bol en keek verrukt op toen bleek dat er werkelijk niets mee gebeurde. Hij bleef er precies zo uitzien als voordat ze erop stampte. Daarna legde ze nog een serie stenen om de rand heen om hem te versieren.

Cato had heel grappig, en toepasselijk, een boom gemaakt van een dikke tak met takken en een paar kastanjes. En toen riep Titus dat hij iets heel bijzonders had gevonden. Het was een kastanje met een worteltje eraan. Wauw, dat is mooi. Verschillende kinderen wilden graag zien hoe dat eruit zag en daarna werd de kastanje weer voorzichtig weer terug in de aarde geduwd. ‘Zo kan hij lekker verder groeien’, stelde Titus vast.

De jongens uit groep 2 begonnen gelijk met het slepen van grote en het liefst veel te grote takken om een hut te maken. Natuurlijk niet op de grond was het plan maar ergens boven in een boom. Wat jammer nou dat wij al bedacht hadden dat we niet in de bomen zouden klimmen en er dus ook geen boomhut gebouwd kon worden. ‘Kunnen we niet een riddergevecht houden?’ vroeg Nico zich af al zwaaiend met een lange stok. ‘Daar zou ik nou echt eens zin in hebben’, voegde hij er nog aan toe. Ik moet eerlijk zeggen, het stond hem goed die lange rechte stok en zijn idem dito koene houding. Het was even schakelen maar al gauw werden de takken en stokken aangesleept om een hut tegen een boomstam aan te construeren. Dat wilde niet echt lukken, toen maar op de grond. Tim struinde de omgeving af op zoek naar geschikte takken. We ontdekten dat de gevorkte takken heel goed als steunen konden dienen en we zo een goed raamwerk konden fabriceren. Daarover heen werden verschillende takken in verschillende maten gelegd. Flo en Mark waren samen druk bezig om er een geheel van te maken. Tim, Nico en Felix bedachten dat ze wel een insectenhuis konden maken maar ontdekten dat de gaten toch wel erg groot waren. De gevonden slak kon er natuurlijk zo uit glijden ondanks dat het een flinke jongen was. Guus was vooral bezig om de enorm lange takken die hij gevonden had in bedwang te houden en tegen een boomstam aan te zetten. Tjonge wat hield hij dat lang vol en nog wel in zijn eentje. Af en toe liepen Bianca en ik even langs om te vragen of alles naar wens ging. Hij was zo geconcentreerd bezig dat hij ons af en toe gewoon niet hoorde. Hopelijk heeft hij er niet teveel spierpijn aan over gehouden!

Roman was vandaag voor het eerst, vond het heel spannend en keek de zogenaamde kat uit de boom. Toen bleek dat er veel kikkers en ook een verdwaalde pad rondscharrelde op de plek waar we bezig waren kwam hij los. Samen met Rob ‘spaarden’ ze de kikkers in hun handen maar deze waren hen af en toe te snel af en sprongen ze haastig weg tussen het gras.

Landart, kunst in het landschap… grote en kleine kunstwerkjes kwamen tevoorschijn. Ieder kind op haar of zijn eigen manier bezig om de gevonden natuurlijke materialen een andere bestemming te geven. Soms al wat bekend en soms leidend tot verrassingen. 1 ding is zeker, dankzij het prachtige weer hebben de kinderen zich heerlijk kunnen uitleven in de natuur. Voor Titus, Timo en Bas de (voorlopig) laatste keer bij knappe koppies. Wij vonden het heel leuk dat jullie de bijgewoonde bijeenkomsten, samen met de andere kinderen, zoveel kleur hebben gegeven.

namen zijn fictief

Romeinen in de stad

Romeinen in de stad

Romeinen in de stad

Oei, dat was een ambitieus volk! De wereld wilden ze veroveren. Dat lukte ze echter niet maar ze waren aardig op weg. Grote delen van Noord-Afrika, het Oosten en een groot deel van Europa tot en met Nederland aan toe wist Petra te vertellen. ‘Niet helemaal, slechts tot de Rijn’, bracht Job in. Ze probeerden elkaar steeds af te troeven in correctheid en nauwkeurigheid van feiten. Een mooi ‘kibbelend’ stel die beiden moeite hadden het laatste woord aan de ander te gunnen. Het lukte ze wel heel goed om het los te laten en verder te gaan met waar we mee bezig waren.

Guus had foto’s mee van hem zelf toen hij 4 jaar was, staande bovenop ruïnes van amfitheaters en arena’s. De Romeinen waren namelijk niet alleen veroveraars maar ook geweldig bouwers. Van geplaveide straten tot arena’s, amfitheaters, aquaducten en ja zelfs een soort van flats. De arme mensen van Rome woonden allen opeengepakt in zo’n ouderwetse flat die ook wel insula werd genoemd. Het leek Vivian wel gezellig maar toen ze hoorde hoe weinig ruimte eenieder had en het er ook vreselijk stonk had ze toch liever een ‘gewoon’ huisje. Er kwamen veel Romeinse voorwerpen, gewoonten en ook een aantal mensen voorbij. Nero, Caesar en wie was nu ook al weer Spartacus? Bas bladerde door zijn meegenomen boek om te kijken of hij iets kon vinden maar bleef het antwoord schuldig. Het was de leider van het zgn. slavenleger. Ze vochten voor vrijheid maar dat lukte toen nog niet echt.

Vandaag deed Rosa voor het eerst mee. Ze had ook boeken bij zich en liet een aantal platen zien. Maar ook de rest van het boek was mooi voor haar. Ze bladerde rustig door het boek en kwam daarbij allerlei oude volkeren tegen. Tijn had vandaag wat moeite om zijn draai te vinden en bewoog wat rond de groep toen we een kleine introductie van de Romeinen deden. Dat is prima zolang je de anderen niet stoort en zo, al bewegend, wel mee kunt luisteren. Maar we merkten al snel dat de kinderen aan de slag wilden. Dingen maken, creëren, ‘gewoon, iets doen’, merkt Tijn op. Ja, Thomas had ook al in zijn eigen boek gebladerd en was van alles tegen gekomen. Vol goede moed begon hij aan zijn bouwwerk.

De soldaten van het oude Rome zagen er toch wel indrukwekkend uit met van die pluimen op hun helm. Ook de gladiatoren kwamen voorbij. En gevechten, soms met leeuwen zelfs. Daar komt de uitdrukking, “voor de leeuwen geworpen”, vast vandaan bedachten we met z’n allen. Alle kinderen hadden bij binnenkomst de bakjes met suikerklontjes al gezien. Toen we eenmaal aan het werk zouden gaan was de verleiding voor een aantal kinderen best heel groot om ze niet in hun mond te stoppen. Kris probeerde tijdens het bouwen soms toch nog even een likje van de klontjes te nemen en schuurde ijverig aan de klontjes. ‘Zo komt er meer suiker voor de mo.. lijm’, verklaarde hij!

We merkten dat bij beide groepen het heel moeilijk was om een bouwwerk van suikerklontjes met suikerglazuur vast te plakken. Het luistert heel nauw hoeveel water je bij de suiker deed. Was het teveel dan ‘smelten’ je klontjes weg en deed je te weinig dan werd het veel te korrelig. En het geduld, doorzettingsvermogen en de wil om iets voor elkaar te krijgen werden vandaag enorm op de proef gesteld bij de meeste kinderen. Noortje riep ineens wanhopig, ‘het lukt voor geen meter!’ Om maar aan te geven hoe lastig het echt was. Sommigen herpakten zich een aantal maal om toch weer opnieuw te beginnen. Titus was heel geconcentreerd bezig en bedacht dat hij een mooie mozaïekvloer zou kunnen maken. Dat was echt heel goed gevonden. Hij ondervond door het doen, dat het heel moeilijk zou worden om iets de lucht in te bouwen. Hij besloot daarop de vloer te maken. Ook Vivian en Petra kwamen op dat idee, terwijl Guus aan de andere tafel ook besloot tot laagbouw. Job en Bas hadden het gezellig met elkaar maar hielden elkaar daarmee uit de concentratie. Ze oefenden, verlegden en stapelden weer op maar zij bleven stoeien met de ‘lijm’.

Wat sommige kinderen heerlijk vonden om te doen was het schuren van de blokjes waardoor ze wat meer naar andere vormen konden toewerken. Maar het klontje werd soms toch iets te klein waarop ze het volgende klontje begonnen te schuren. Tijn had tijdens het bouwen een goede concentratie maar hield het aan het eind niet meer uit om zijn bouwwerk steeds maar in elkaar te zien zakken. Op dit soort momenten is het verschrikkelijk moeilijk om te ontdekken dat jij toch echt de enige bent die iets met die klontjes kunt en deze stomme klontjes zelf helemaal niets. Uithouden, proberen, oefenen, het zien instorten en soms ook het euforische gevoel voelen opzwellen dat het dan uiteindelijk dan toch gelukt is!

Namen zijn fictief

Milieuvriendelijk & recyclen

milieuvriendelijk & recyclen

Job, Guus en Bas bedachten dat ze samen wel de uitdaging aan wilden gaan om een milieuvriendelijk dorp te ontwerpen. Er werd gekletst, bedacht, getekend en gebouwd. Terwijl Bas en Job al in de doe modus waren beland kroop Guus nog langs de vellen papier, bedenkend wat er nu echt milieuvriendelijk zou kunnen zijn. Zonnepanelen, windturbines, glas recyclen. ‘Mmm, poep recyclen misschien?’, Job en Bas knikten instemmend. Ja hoe zat dat ook al weer met die koeienpoep. ‘Biogas’, antwoord Job terwijl hij rustig verder bouwt aan de muren. En auto’s op elektra. Bas weet te vertellen dat de elektrische auto minstens 6 jaar mee moet gaan om 1 auto die op benzine rijdt te vervangen. M.a.w. na 6 jaar worden de elektrische auto’s pas echt milieuvriendelijk.

‘We hebben trouwens geen fietsen en auto’s in ons dorp maar metro’s, ondergronds en rijdend op elektra’. Geen uitlaatgassen, mensen die ziek worden, vieze gebouwen etc. was de droge opmerking van Job. Guus zijn hersenen hoorde je bijna kraken. ‘Er moet toch ook nog iets anders te verzinnen zijn om milieuvriendelijk te worden?’, vroeg hij zich af. De jongens bouwden en tekenden hun dorp naar eigen inzicht waarbij er veel waterwegen te zien waren. Een zuivere bron, dan had iedereen schoon water. Maar op de vraag of het water zo in het openbaar ook echt schoon zou blijven was even iets om over na te denken.

We bespraken de glasbak en papierbak. Wat gebeurt daar eigenlijk allemaal mee? Bas riep, ‘dat smelten ze’, ‘ja en dan laten ze het afkoelen’, zei Job eenvoudig. Guus begon te grinniken toen hij me aankeek. ‘Oké, dus je smelt het eerst, om het daarna weer te laten afkoelen? Juist, dat klinkt zeer logisch’, zei ik. De jongens begonnen te lachen en door elkaar heen te roepen en vertelden toen van de glasblazer etc. Misschien is dit wel zo’n mooi voorbeeld van hoe snelheid en flexibiliteit van de gedachten van de kinderen werken. Het hele middenstuk tussen gesmolten glas en een glas in je kast was even ‘vergeten’. ‘Dat snap je toch wel?’

Ook de jongere groep ontwierp hun eigen dorp. Opgedeeld in kleine groepjes maakten ze samen of met zijn drieën een zo milieuvriendelijk dorp als ze maar konden bedenken. Er werd gebouwd, getekend en bedacht. Zonnepanelen op de daken gezet en mooie parken aangelegd voor het groen. ‘Wat gebeurt er eigenlijk met het papier dat buiten in de grote papierbak beland?’ vroegen we ons af. We gingen het zelf uitproberen maar dan op zeer kleine schaal.

De kinderen waren allemaal opgetogen over het feit dat ze echt zelf papier zouden gaan maken. Verwondering bij verschillende kinderen over dat de verschillende groepjes ook verschillende kleuren papier hadden. Timo wilde absoluut niet met zijn handen in de emmer met water en daar de oude kranten in doen. Tijn kon niet wachten om te zien wanneer het droog zou zijn. Ook Thomas wilde heel graag dat zijn stukje papier droog zou zijn om het mee naar huis te kunnen nemen. Noortje stond met rode wangen de stukjes papier te mixen zodat het een soort pulp werd. ‘Het lijkt nu net stof’, opperde Bas bij het zien van de verfijnde stukjes papier. Thomas was zo slim geweest om tijdens het mixen al wat water bij de pulp te gieten zodat het wat beter zou gaan mengen. Toen alle papier een brei was geworden kiepten we dit in een ondiepe bak en goten er nog water bij zodat de pulp goed nat en vezelig zou worden. Julian en Flo wisselden het papier snipperen en mixen goed af met elkaar en ook bij het scheppen met de kleine gaasjes deelden ze de spullen gebroederlijk. Best nog een karweitje om de pulp op je gaasje goed te verdelen zodat je ook echt een papiertje zou krijgen. Ben was zeer serieus bezig om zijn velletje goed op de ‘uitdruipdweil’ neer te leggen zodat het 1 geheel zou blijven. Dat was best nog een lastig trucje maar het lukte hem uitstekend. Voorzichtig maar toch met een stevig tikje de pap losslaan. En nu maar wachten, ja dat duurt behoorlijk lang, ondanks de elektrische deken, vloerverwarming en föhn.

namen zijn fictief

Dirigent van je eigen leven

dirigent van je eigen leven

‘Wat gaan we doen?’, is steevast de vraag wanneer de kinderen binnen druppelen. De tafels stonden vandaag ook anders opgesteld en de kinderen snuffelen door de ruimte. Tijn heeft een eigengemaakte trommel mee en er komt een zwaar vibrerend geluid uit. Vol trots toont hij hem aan de andere kinderen. ‘Niet met je vingers prikken, anders kan hij scheuren’, waarschuwde hij een aantal kinderen. ‘Dirigent van je eigen leven’, wat betekent dat eigenlijk. ‘En wat is of doet een dirigent?’ Eva wist het treffend te verwoorden. ‘Een dirigent is het stuur van een orkest’. En kun je dat dan ook van je eigen leven zijn? Was de volgende vraag. ‘Ja’, er werd instemmend geknikt, dat je zelf weet wat je wilt en dat ook gaat doen. Ja dat laatste is best een belangrijk onderdeel van het weten en willen. Ook gaan doen!

Demi was vandaag voor het laatst nadat zij vele bijeenkomsten met ons mee deed. We zullen haar kleine grapjes en haar heldere en duidelijke antwoorden en ideeen nog missen. Ze was een uitstekende dirigente die het orkest goed wist te leiden. Naast Noortje kon ze zich helemaal laten gaan en ronddansen tijdens het tekenen op muziek. En Noortje danste in het rond en tekende haar hele vel vol. Ook het dirigeren ging haar goed af en een grote glimlach verscheen op haar gezicht wanneer het orkest op tijd begon en helemaal wanneer het precies op tijd stopte. Echt heel goed gedaan! Voor sommigen was het namelijk heel moeilijk om het orkest te laten doen wat hij/zij bedoelde. Er werd dan toch even geroepen terwijl dat niet de bedoeling was. Job legde uit hoe het zit met een dirigent en orkest, wat de verschillende bewegingen betekenen maar tussen weten en doen zit best een verschil. Daar kwam hij snel achter bij ‘zijn’ orkest. Hij liet zich niet zomaar uit het veld slaan en gaf op geheel eigen wijze vorm aan zijn muziekstuk. Ook Vivian waagde een poging maar merkte op dat het lastiger was dan ze had gedacht.

Voordat we onszelf zouden gaan dirigeren bespraken we vooral met de oudere groep wat muziek voor invloed op je kan hebben. Er lagen kaarten over gevoelens op de mat en Ilse pakte er gelijk een aantal op. ‘Melancholisch is wanneer je terugverlangt naar het verleden’, legde Petra uit. ‘En ik irriteer me weleens aan mensen die eindeloos kwebbelen’, vertelt Ilse met een uitgestreken gezicht. ‘Of ze een zekere persoon in haar gedachten had’, werd er door iemand gevraagd. Daarop glimlachte ze geheimzinnig. De kinderen knikten instemmend op de vraag of ze weleens muziek aanzetten omdat ze zich droevig voelen, eenzaam, ‘of juist heel blij’, vult Eva aan. ‘Voor ieder gevoel een muziekje’, opperde Guus. Ook daar werd weer instemmend op gereageerd.

Tijdens het bewegen op muziek, om met je lijf ook te voelen of er verschil is in muziekstukken, zat Guus nog wat ongemakkelijk op de grond. Hij kon wel duidelijk het verschil zien aan de anderen tijdens het dansen dat er verschillende muziek werd gedraaid. Bij het tekenen op muziek ging hij naast Job helemaal los in de beweging. Guus merkte nu op dat je ook verschil in tekeningen ziet. Welke tekening van de drukke of juiste rustige muziek was. Ook Job gaf letterlijk en figuurlijk een draai aan zijn tekening. Ieder gaf op zijn eigen unieke wijze uitdrukking en vorm aan zijn tekening. Sommigen zagen na afloop een beeld tevoorschijn komen die soms hun gevoel tijdens het tekenen weergaf. Tijn riep verrukt dat hij een echte leeuw in de lijnen tevoorschijn zag komen. Anderen vonden het heel moeilijk om in de chaos van de lijnen een vorm te ontdekken of deze ook gewoon te tekenen. Het doel was uiteraard niet om een waanzinnig mooi werk af te leveren maar om in de beweging, het proces van creeren te komen en dat was bij iedereen goed gelukt.

Ook bij de jongere groep gingen de kinderen heerlijk ‘te keer’ op het papier. Soms in het begin nog wat behouden maar naarmate de Happy muziek langer duurde werden de kinderen toch steeds losser. Thomas had een prachtig boek mee waarbij je alle muziekinstrumenten kon beluisteren. Hij vertelde dat hij van blaasinstrumenten houdt, de fagot, hobo en dwarsfluit en van rustige muziek. Timo schoof aan en vertelde dat hij juist van drukke muziek houdt. Hij was de gehele bijeenkomst in beweging nadat hij in het begin wel even keurend stond te kijken wat de bedoeling was. Soms moesten we even de stopknop zoeken maar het was leuk om te zien dat hij zich zo vrij door de ruimte bewoog vandaag. Kris had het orkest goed en op een speelse manier onder controle. Naarmate hij wat langer kon oefenen ging het steeds beter en stopte het orkest keurig wanneer hij dat aangaf. Sara had in het begin even een klein hobbeltje maar stroomde na een geruststellend praatje met Mirjam heerlijk mee. Ook wist zij heel goed wat een dirigent doet.

Zo waren we vandaag met twee uitersten bezig. De controle houden over het orkest, zodat het een harmonieus geheel wordt. Noodzakelijk als je een mooi concert wilt geven.

En de muziek gebruiken om even helemaal los te komen uit je denken en even lekker in de beweging komen en gewoon je gevoel volgen tijdens het dansen. Heel mooi om te zien dat ‘het je laten gaan’ vaak makkelijker is dan ‘de regie in handen nemen’ en anderen te laten doen wat jij wilt. (zonder dwang uiteraard!)

Namen zijn fictief

Het Oude Egypte

het oude Egypte

Het oude Egypte

‘We hebben het vandaag over Egypte hè, juf?’, vraagt 1 van de kinderen bij binnenkomst.
‘Eh, ja en nee’, antwoord ik. Er wordt duidelijk gefronst met de wenkbrauwen en verschillende huh’s ondersteunen de gezichtsuitdrukking. ‘We hebben het over het oude Egypte’, vult Elsa aan. En dat is inderdaad helemaal juist. Deze nuancering van woorden komt tijdens de bijeenkomst vaker naar voren. Zo heb je slangen maar ook gifslangen en driehoekige piramide maar ook knikpiramides. Het zit ‘m soms in de nuancering maar ook in de toon of het volume waarop je iets vertelt.

We begonnen met een woordspin. Verschillende kinderen wisten wat dat was en Elsa en Ilse konden redelijk goed verwoorden hoe dat werkt. Het oude Egypte in het midden met een cirkel erom en dan allerlei dingen bedenken die daarmee te maken hebben met een stokje en ballonnetje eromheen. Hiërogliefen, oase, schorpioen, farao, mummies, goden, sfinx etc. Sommige onderwerpen werden nog even uitgebreid uitgediept, letterlijk en figuurlijk. Zoals de mummie die helemaal ontdaan werd van alle organen. De hersenen werden met een soort van haaknaald, door de neusgaten getrokken. En het lichaam moest een paar dagen rusten zodat het helemaal droog werd. En oja, het hart bleef wel in het lichaam want dat had de dode nodig op zijn reis in het hiernamaals. Verschillende kinderen hadden een boek mee waarin ook veel te vinden was en de meisjes in de tweede groep noemde Cleopatra op. Dat scheen de mooiste vrouw van de wereld te zijn geweest. De vraag of dat klopte of dat zij misschien wel de rijkste vrouw was en daarmee haar ‘titel’ afdwong was een klein discussiepunt. Ze was in ieder geval een Egyptische koningin in het Oude Egypte.

Geconcentreerd en heel serieus begonnen de kinderen aan het bouwen van hun eigen piramide. De kinderen kregen al snel door dat het materiaal niet heel stevig was en hoe ga je daarmee om? Tijn heeft het even moeilijk als het niet zo gaat als hij in gedachte had en dat de stokjes niet goed in de playmais blijven zitten. Toch houdt hij vol net als Elsa die even tijd nodig had om te beginnen. Ze vroeg een aantal maal of ze niet iets anders mocht maken maar dat kon pas als je een piramide had gemaakt. Thomas had al snel in de gate, of wist eigenlijk al, hoe je een piramide goed kan opbouwen. Eerst een kleine piramide van 5 stukjes playmais en 8 stokjes. ‘Zo dat is alvast het dak’, zegt hij. Dan hier nog 4 van maken, aan elkaar verbinden en het dak er bovenop zetten. Thuis ging hij er nog even lekker mee door. Ook Ben werkte stilletjes door en genoot volop van het moment toen het gelukt was. Z’n ogen straalden en vol trots liet hij het resultaat zien. Wat echter vervelend was, was dat de bouwwerken ook weer snel uit elkaar vielen. En misschien is dat nog wel de grootste uitdaging. Dat het bij de bouwwerken die je maakt, wat het dan ook is, uiteindelijk niet altijd om het resultaat gaat maar om het proces tot dat doel. Dat je bemerkt dat je geconcentreerd hebt gewerkt, of juist heel erg moest doorzetten, dat je geduld opraakte of dat je een heel blij gevoel kreeg toen het gelukt was. En als laatste dat je ontdekt dat er verschillende manieren zijn om tot hetzelfde eindresultaat te komen. De kinderen ontdekten ook hoe moeilijk het voor de Egyptenaren moet zijn geweest om zo’n piramide van steen te bouwen. Of deden ze dat met zand?

Bianca zat er als luisterende stille kracht tussen en moedigde de kinderen aan door te zetten en vol te houden. Er worden leuke grapjes gemaakt tussendoor en wanneer Tijn wat geïrriteerd raakt en wij roepen, ‘van proberen kun je leren’, komt hij met de stelling, ‘van proberen komen beren’. We waren even helemaal beduusd en barstten toen in lachen uit. Demi beaamde de uitspraak van Tijn maar zette toch ook door met het bouwen en uiteindelijk had ze bij haar constructie ook een creatieve oplossing bedacht om de boel op zijn plek te houden. Timo had soms wat moeite als het toch weer een beetje in elkaar stortte maar ging door en uiteindelijk had hij een prachtige piramide staan. De driehoekige vlakken liepen niet recht naar boven maar hij had het ‘dakje’, de bovenste piramide een kwartslag gedraaid waardoor hij gewoon een nieuwe piramidevorm had geconstrueerd.

Na de pauze was het tijd om het schrift van de Oude Egyptenaren te ontcijferen. ‘Waarom ze dit zo moeilijk hadden gemaakt?’, werd er in de tweede groep gevraagd. Voor hen was het blijkbaar gesneden koek want ze vulden vele wanden van de piramides met deze tekens.

Het was in de tweede groep goed te merken dat er voor de pauze hard gewerkt was aan het maken van de piramides. Vivian wilde verschillende keren de handdoek in de ring gooien maar zette ontzettend goed door ondanks dat de stokjes maar uit de playmais bleven vallen. Het leek wel of Petra wat vaker met het materiaal had geoefend want in redelijke stilte had zij binnen no time haar piramide staan. Ze keek erbij alsof ze wilde zeggen, ‘dat is toch niet zo heel moeilijk’. Ilse worstelde behoorlijk met de stokjes en de playmais stukjes en besloot, nadat ze wel een kleine piramide had gebouwd, om het op een andere manier te proberen.

En dat is misschien nu juist ook een mooi moment waarop wij ons kunnen afvragen of we ons aan de gestelde opdracht houden of dat je ook je eigen invulling mag geven aan de opdracht. Voor nu was het in ieder geval een piramide (ik had niet gezegd groot of klein) en sommigen gingen inderdaad verder met een eigen constructie zoals Ilse mooi deed. Playmais plakt nl. ook heel goed met water aan elkaar!

Tijdens de pauze werd er flink met de piramide en de tombe van Playmobil gespeeld en sommigen renden even fanatiek door de zaal. Er moest duidelijk even stoom afgeblazen worden. De kinderen luisterden tijdens het woordspinnen heel goed naar elkaar en konden de beurt goed afgeven of innemen. Job lijkt in het begin wat te haperen bij het antwoord geven maar wanneer hij bemerkt dat er geluisterd wordt, wordt hij zichtbaar zekerder en praat dan gelijk wat duidelijker. Eva weet haar antwoorden duidelijk te formuleren en vangt daarmee ieders aandacht waarop zij ook weer goed reageert en er interactie komt. Bas heeft verschillende weetjes uit zijn boek opgevist en ook Guus snuffelt in zijn boek naar wetenswaardigheden. Bijvoorbeeld dat je giftige schorpioenen in Egypte hebt en dat de Nijl heel belangrijk was voor de Egyptenaren.

Johannes heeft veel plezier, vertelt grapjes, komt ook in het doen wanneer wij hem aansporen maar heeft vooral veel verbeeldingskracht en kan dit ook beeldend vertellen waardoor de kinderen erg moeten lachen. Soms wordt het wat te veel. Bijvoorbeeld als je naast hem zit en zelf heel rustig en geconcentreerd je naam in de kleitablet probeert te tekenen. Johannes gaat even ergens anders zitten en zegt met een brede lach, ‘ik ben een experimentele man’! Zo, dat leek mij een mooie afsluiter.

Namen zijn fictief

Jungle en jungledieren

jungle, jungledieren

Jungle & jungledieren

Jungle, jungledieren, oerwoud, regenwoud, hakmessen, bijzondere eigenschappen. Met een gemengd gevoel begon ik deze oerwoud, jungle bijeenkomst. Ik had er veel zin in maar voelde toch ook een soort van weemoed naar de afgelopen vakantie. Even niets meer moeten en je een beetje verstoppen met je boek op de bank. Maar ik ben dankbaar en blij dat het zulke fijne en vruchtbare bijeenkomsten waren. Beide groepen kinderen waren weer enthousiast als altijd en kunnen vaak niet wachten tot we gaan beginnen, ook al zijn we allang begonnen trouwens.

jungle, jungledieren

Elsa laat weten dat ze toch het liefst lekker creatief aan de slag gaat en wil dan ook weten wat we gaan doen ook al liggen wasco, verf, penselen en papier pontificaal op tafel.

We begonnen eerst met het ontrafelen van wat een oerwoud nu eigenlijk precies is. En wat is dan een jungle, hebben wij die in Nederland, en welke planten en bomen komen erin voor? Welke dieren leven er en welke speciale eigenschappen hebben deze dieren om te kunnen overleven in de jungle? De kinderen kregen dilemma’s voor geschoteld waarna zij in tweetallen m.b.v. de Freek Vonk dierenkaartjes konden bedenken hoe ze deze dilemma’s zouden kunnen overwinnen of oplossen.

Job legde ons uit wat een dilemma eigenlijk is, dat is dat je niet kunt kiezen tussen het een of het ander omdat aan beide een nadeel kleeft. Het was direct duidelijk voor de kinderen. Dat was dus niet de vraag concludeerden we met zijn allen. Nee, je moest gewoon een probleem oplossen en kiezen welke eigenschappen van welk dier je daarbij zou kunnen gebruiken. De oplossingen waren divers en inventief. Je laat de uil gewoon in de staart van de tijger pikken zodat jij zelf ongestoord langs de tijger kunt wandelen, hadden Bas en Vivian bedacht. Je kunt ook een slang in je oren stoppen om het gebrul van de brulapen niet meer te hoeven horen, bedacht Tijn. Daarvoor kun je ook gewoon met je hoofd onder water gaan, dan hoor je het ook veel minder, opperde Titus.

Wist je trouwens dat je slangen ook als touw kunt gebruiken? Mits je natuurlijk had vastgesteld dat het geen gifslang zou zijn vertelden Guus en Mark. Ze bedachten ook samen met Job dat je gewoon een andere aap zou moeten inschakelen om de brulapen te laten stoppen met schreeuwen. En wanneer je het spoor bijster bent dan zoek je gewoon een dier met een goed reukvermogen in de jungle en zo kan die jouw spoor naar huis weer voor je vinden. Elsa en Demi hadden wel een heel interessante oplossing gevonden om de brulapen te laten stoppen met brullen. ‘We laten gewoon vleermuizen met hun vleugels langs de gezichten van de apen kietelen, dan stoppen ze vanzelf’, zeiden de meisjes vol overtuiging. Timo en Ben wisten zeker dat de slang hen uitkomst kon bieden om te kijken wie er in de holle boom verstopt zat en zij zouden een krokodil inzetten om de tijger weg te jagen, die kan hem wel aan.

Na de pauze begonnen de meeste kinderen vol ideeën en combinaties aan hun eigen jungledier. Interessant om eens te kijken welke eigenschappen deze dieren hebben en wat het kind hiervan zelf zou willen of kunnen ontwikkelen. Tijn had een pracht van een dier gemaakt die zelfs broccoli op zijn hoofd had groeien. Mooi om te zien dat Tijn langzaamaan steeds meer zelfvertrouwen ontwikkelt bij de creatieve opdrachten. Hij wordt steeds vrijer en minder gefixeerd op het uiteindelijke resultaat maar beleefd steeds meer plezier aan het proces van nieuwe dingen scheppen. En niet alleen Tijn geniet daarvan, ook Timo had plezier ondanks dat hij niet echt enthousiast was over zijn creatie. Hij zette echter door met zijn gouden uil. Misschien nog niet helemaal zoals hij het op zijn netvlies had bedacht maar er was een begin. Wel een beetje groot vel, concludeerde hij nog na afloop. Hij viel ook nog van zijn stoel, liet zich troosten en ging weer verder nadat hij een slok water had gedronken.

Elsa maakte een combinatie van sidderaal met giraf en vinnen om mee te kunnen zwemmen. Titus had een kruising tussen een aap en vogel zodat zijn dier goed zou kunnen vliegen en klimmen en het had bovendien heel goede oren. Ben zat te genieten op zijn plek terwijl zijn handen aan een stuk door tekenden en zijn tekening afrondde met schilderen.

Iedereen bedacht uiteindelijk zijn eigen unieke jungledier met zijn bijzondere eigenschappen. Van vossestaart-ocelotpoten-en-nevelpanterlijf naar ocelotlijf-rodepanda poten-ogen van een slang in de staart-met wolfkop, tot langstaart-mierenetersnuit. En gewoon al je lievelingsdieren bij elkaar genomen. De ideeën stroomden over tafel en de dieren verschenen allemaal echt op papier.

Job begon met de unicorn regenboog, draaide zijn vel om en begon weer opnieuw. En Vivian had moeite om te starten met haar eigen dier. ‘Ik kan het niet, ik weet niets’, zei ze keer op keer. ‘Je moet nu toch echt beginnen’, spoorde ik haar aan en daagde haar uit. ‘Je kunt vast een cirkel tekenen?’. Ja dat lukte, nog 1 en als vanzelf verschenen er oren en de rest. Soms moet je gewoon maar ergens beginnen en stroomt de rest ‘vanzelf’ uit je penseel. En nee, lang niet met het resultaat dat voor ogen stond maar ook dit is de realiteit, net als dat je zojuist nog uitbundig hebt gelachen om de grapjes van de anderen. 

Namen zijn fictief.

jungle, jungledieren jungle, jungledieren